vrijdag 18 juli 2014

Ohrid


Bij deze mijn nederige excuses aan de heren die ik in mijn vorige blog onheus heb bejegend. Ik ben geen fan van wapendragende Balkan bullebakken maar er is een groep mensen die ik nog liever uit deze regio zie verdwijnen dan hen. Het zijn helaas mijn bloedeigen landgenoten; Nederlanders op vakantie.

Gekleed in te kleine/te korte broeken en rokjes, lawaaihemden of aanstootgevende t-shirts, teva sandalen en gelijke windjacks maken ze per stuk evenveel geluid als een volledige tourbus met Aziaten.

Eén van de zegeningen van de Balkan is dat ze hier zeer zeldzaam zijn: het is te lang rijden en het merendeel denkt vermoedelijk dat het hier nog steeds oorlog is. Helaas geldt dit niet voor één van de mooiste plekjes op de Balkan, het meer van Ohrid. Dit grootste zoetwatermeer van Europa wordt aangedaan door zowel Arkefly als Corendon en dat is te merken. Oranje vlaggetjes, bordjes met de aanprijzing 'Hollandse koffie'(net zo onwaarschijnlijk lekker als de veganistische biefstuk ) en zelfs een legioen aan obers dat in oranje shirts gekleed gaat (net als de rest van de Hollanders hier overigens). Vluchtend voor de horde vinden we een klein restaurantje. We worden naar boven geloodst waar tot onze vreugde maar 1 ander tafeltje bezet is; door zes vaderlandse pensionado's, ontdekken we als we net hebben plaatsgenomen. 

Luidruchtig en tergend langzaam nemen ze de hele menukaart door. De eigenaar kijkt bij ieder gerecht wat droeviger. Als alles uitgebreid is besproken besluiten twee dames via 'iene miene mutte' een keus te maken tussen de traditionele Macedonische sarma die van harte wordt aanbevolen door de eigenaar en de wiener schnitzel. Gierend van de lach valt de keuze op de gepaneerde Oostenrijker, "want dan weet je tenminste wat je krijgt".  Er wordt nog meer besteld. 

"Do you have red wijn in the glass, not the bottle hè, just the glass, anders ben ik weer een fortuin kwijt (een fles wijn kost ongeveer 10 Euro). "Enne kenne we ook water krijgen, aqua bedoel ik?

De eigenaar druipt zichtbaar aangeslagen af. Omdat het gesprek natuurlijk niet stil kan vallen besluit de roodverbrande, polodragende leesbril de iconen aan de muur te bespreken. Die zijn volgens hem wel honderd jaar oud en heel veel waard. Ik herken ze van de kerken hier in de buurt waar ze voor een habbekrats te koop zijn en verberg mijn gezicht in een servet om een opkomende lachstuip te verhullen als hoestaanval.

Dat lukt niet helemaal want het gezelschap kijkt verstoord onze kant uit. De in neon-hempjes getooide dames nemen het gesprek over.

"Tis hier zooo gezellig, niet te druk en wat fijn dat ze hier overal schermen hebben zodat we voetbal kunnen kijken hè".

"Wat alleen tegenvalt zijn de kleren, die zijn even duur als in Nederland en best wel ordinair maar  verder is het prima hoor"

Ja, je merkt gewoon dat ze niet zo gewend zijn aan buitenlanders. Je ken niet echt shoppen en ze praten geen Engels.

"Ja, de mensen, ze zijn best wel aardig hoor, maar niet zo professioneel in de bediening enzo en een beetje nors"

Op het gevaar af dat ik het toch al geringe aantal lezers van me vervreem: Lieve Arke en Corendon wilt u asje-asje-asjeblieft de ticketprijs verdubbelen zodat de halfnaakte, grofgebekte hordes gewoon voor Torremolinos en Chersonissos kiezen. Ohrid kan dan gereserveerd worden voor iets beschaafder volk. Op de korte termijn zullen ze hier wat minder verdienen maar op de lange termijn lijkt mij het geestelijke welzijn van de lokale bevolking veel belangrijker.  

Dankuwel! 

maandag 23 juni 2014

Kosovo


Op vakantie naar Kosovo. Ja dat kan. Als je aangenaam verrast bent na een bezoek aan Slovenië, Montenegro en Bosnië dan klinkt Kosovo niet eens meer zo gek. 

Even terug: Kosovo was een autonome provincie van de deelrepubliek Servië in het toenmalige Joegoslavië. Met het uiteenvallen daarvan waren er twee etnische/religieuze groepen die een claim deden op deze regio: de Albanese meerderheid en de Serven die vooral in het noorden van Kosovo wonen. De laatsten waren er, onder aanvoering van Milosevic en de Orthodoxe kerk, op gebrand om het bij Servië te houden. Niet om economische redenen want de regio produceert niets van waarde maar om etnisch/religieuze/historische motieven. In 1389 (geen typefout, u leest het goed) gingen de Serven namelijk roemloos ten onder in een veldslag tegen de Ottomanen (Turken) en sommigen van hen zijn daar nog steeds niet overheen: het 'bloed' dat vergoten is door hun bet-bet-bet-betovergrootvaders moet worden gewroken. Zeshonderd jaar later, in 1999 greep de VN in om verder bloedvergieten te voorkomen (Bosnië lag nog vers in het geheugen). Sindsdien zitten er internationale troepen (Kfor en Eulex) die de strijdende partijen uit elkaar houden en proberen iets van een gezonde politie en legermacht te genereren. In 2008 riep de Albanese meerderheid de onafhankelijkheid uit die door het merendeel van de VN lidstaten wordt erkend maar niet door Servië en beschermheer Rusland.

Gezien deze perikelen vergt de reis wat voorbereiding. Wederhelft vraagt de laatste veiligheidsinformatie op en we moeten de route zo uitstippelen dat we alleen via het Servische gedeelte van Kosovo het land in en uit kunnen. Doen we dat niet dan lopen we het risico dat ons paspoort een dikke Kosovaarse stempel krijgt en we Servië niet meer in komen. In Servische ogen zijn we dan namelijk al in het land en dus illegaal want we heben geen Servische inreisstempel. Ook instrueren we de kinderen: je kop houden bij de grensovergang, niet praten totdat iemand jou aanspreekt en je weet of je Engels of Servisch moet antwoorden en niet langer dan drie seconden naar iets of iemand staren.

De grensovergang valt allerzins mee: er zijn geen roadblocks, protesterende menigtes en ook de Eulex mannen die de grenspolitie bijstaan, zijn nagenoeg onzichtbaar. Het Servische gedeelte van Kosovo oogt grimmig: overal hangen Servische vlaggen en alle lantaarnpalen, huizen, bushokjes etc. zijn versierd met het jaartal 1389 of de spreuk 'Kosovo je Srbije' (Kosovo is Servisch). Enkele weggedeeltes zijn half gebarricadeerd waardoor je moet afremmen: op 1 van deze plekken is een paar maanden geleden een Eulex militair doodgeschoten. Ook staat er een legertent achter een rol prikkeldraad waar normaliter een aantal crimineel uitziende heren de wacht houdt. Vandaag niet, het is zondag.

Twee keer worden we aangehouden door de talrijk aanwezige politie. Op het moment dat wij gestopt worden, haalt een oud zastavaatje zonder nummerbord ons in. Merkwaardig: wij zijn de enigen met een fatsoenlijk uitziende auto, een legaal kenteken en we houden ons aan de snelheidslimiet. De overige weggebruikers hebben een illegaal nummerbord (van de Servische provincie Kosovo) of helemaal geen kenteken en rijden als idioten in auto's die in Nederland de status 'wrak van de weg' niet eens meer halen. Gelukkig worden we enigzins beschermd tegen bijklussende polititie agenten door onze diplomatieke status en het feit dat we een paar woorden Servisch spreken.

Na een uurtje bereiken we ons doel: Kosovska Mitrovica. Deze stad heeft een Albanese en een Servische wijk die strikt gescheiden worden door de 'vrijheidsbrug'. Een meer cynische naam kan ik me niet voorstellen voor een brug die zwaar bewaakt wordt en volledig is gebarricadeerd (met plantenbakken, dat dan weer wel). Gelukkig is er een brug een paar kilometer verderop met minder symbolische waarde waar je wel gewoon overheen kunt. Het verschil in de Albanese wijk is treffend: een gloednieuwe moskee, moderne flatgebouwen (kadootje van de EU dus betaald uit uw belastinggeld) en net iets teveel dikke audi's en BMW's met twintigjarige knaapjes achter het stuur. Eén van de bolides scheurt voor ons uit, over de linkerweghelft en aanpalend trottoir, daarbij net een moeder en kind ontwijkend. Nog vloekend van ergernis zie ik twee minuten later een gespierd kaalhoofd, de armen vol getatoeeerd en een wapen achteloos in zijn broekband met peuterzoontje aan de hand. Ineens besef ik dat het grootste probleem hier niet de religie of etniciteit is maar het verschrikkelijke macho-gedrag. Het maakt geen flikker uit of ze moslim of orthodox christelijk zijn, of ze politie-agent zijn, crimineel, voetbalsupporter of werkloos. Het is de misplaatste oneindige trots, de hang naar het verleden, de vanzelfsprekendheid waarmee vrouwen en andersdenkenden worden afgeserveerd en zonodig mishandeld. Bah! Wat heb ik mijn buik vol van deze ellendige
macho-etters die de hele regio in hun greep houden en naar de afgrond helpen.

De volgende ochtend, als we van een ontbijt genieten op een door Nederlanders gerunde camping in Albanië, ontvangt wederhelft een berichtje dat er vlak na ons vertrek dertien gewonden zijn gevallen bij protesten tegen de plantenbakken op de vrijheidsbrug.

Eikels!


zondag 8 juni 2014

Trein


Er is geen fantastisch uitzicht, geen zachte loungemuziek en zelfs niet de lekkerste cappuccino. Toch zit ik op het fijnste terras van Belgrado. Ik hoor de vogeltjes fluiten op nog geen 100 meter van 1 van de drukste verkeersknooppunten van de stad. Mijn uitzicht bestaat uit een halfvol terras, een treinperron en wachtende reizigers. Tijdens mijn studententijd werkte ik op Schiphol en ook daar kon ik uren bij de aankomsthal zitten kijken. Er gaat niets boven het observeren van komende en gaande reizigers. De sfeer is hier wel wat relaxter. Omringd door koffers tik ik dit stukje. Ik zit naast de ingang en verschillende reizigers hebben hun bagage hier achtergelaten terwijl ze verderop op het terras zitten of binnen een plas plegen. Kennelijk zie ik er zeer betrouwbaar uit. Het afgelopen uur heb ik geen trein gezien en ik vraag me af wat de acht lokketisten iets verderop doen behalve hun nagels lakken.

Er loopt een treinspoor van Belgrado naar Bar in Montenegro dat een prachtige route volgt. Een deel hebben wij per auto gedaan maar de route van het spoor, langs stijle afgronden en rivieren, dwars door Montenegro is nog veel spectaculairder. 8 uur duurt de rit en dan sta je aan de Adriatische zee. Niet zo'n gek idee dus om dat een keer te doen.

Terwijl ik aan het plannen ging, wees mijn wederhelft me op een stukje in de krant. De trein naar Bar had een gemiddelde snelheid van ongeveer 40 km per uur en regelmatig vertraging door kapot materieel. Het toppunt was een rit niet heel lang geleden, die niet 8 maar 32 uur duurde, waarvan er 7 in een tunnel moest worden doorgebracht wegens kabelbreuk.

Nu begrijp ik waarom er op station Loppersum meer treinen rijden dan in een stad van 1,6 miljoen inwoners. 

Obrenovac



Hemelvaart, het kroost zit op school maar wederhelft is vrij. Na de voors en tegens te hebben afgewogen besluiten we om met eigen ogen te zien wat de overstromingen hebben aangericht. We zijn met de motor dus zo weer weg als we niet verder kunnen.

Het water is ruim een week geleden voorzichtig gaan zakken. De rij zandzakken langs de Sava ligt er wat verloren bij. Op het terrein waar ze gevuld zijn staat een graafwagen met de grijparm in een hoop zand, alsof de motor zo weer kan aanslaan. Er moeten honderden lege zakken op een stapel hebben gelegen want nu zie ik, met de wind mee, een spoor van nutteloze witte fladderende zakken. Ik vraag me af of ze uberhaupt nog worden weggehaald of dat ze hier volgend jaar nog liggen. Zo te zien is het water niet voorbij de buffer geweest, alleen een voetbalveldje dat aan de rivierkant van de rij zandzakken ligt staat onder water, de dug out nog net zichtbaar.

Dan rijden we de brug van de Kolubara over. Dit is de grootste boosdoener geweest. De Sava is groot en heeft een redelijk uitstroomgebied maar dat geldt niet voor dit riviertje. Op 5 mei hebben we hier ook gereden, het riviertje was toen een onschuldig pittoresk beekje omzoomd door bomen. Nu is het een groot mosterdkleurige moeras vol met afgebroken takken, flessen, planken en andere rotzooi. Aan de plastic zakjes in de bomen kan ik zien dat het water zeker anderhalve meter hoger heeft gestaan dan nu. 

Eenmaal de Kolubara over zijn we in Obrenovac en dan wordt duidelijk hoe groot de schade is. Het hotel aan het begin van het dorp fungeert vermoedelijk als noodcentrum. Ik zie politie, medisch personeel en wat heren van een buitenlandse hulpclub. Erg druk is het echter niet, ook niet op de weg. Net voordat de stank mijn neus binnendringt zie ik ook de eerste mensen met mondkapjes en zakdoeken voor hun neus; ze haasten zich onze kant uit. Als ik naar links kijk schrik ik me te pletter: het grote voetbalstadion staat midden in een meer van een metertje of 3 hoog. Dit voelt niet ok, wat doen we hier eigenlijk? Een stelletje verschrikkelijke ramptoeristen zijn we, bah!

Toch rijden we verder en op het terras waar we drie weken geleden een kop koffie hebben gedronken, haalt het personeel het meubilair naar buiten om schoon te maken. Dat geldt ook voor de fietsen- en brommerhandelaar verderop. Zijn inboedel staat op straat en is alleen nog herkenbaar aan de vorm: het heeft allemaal dezelfde bruingele kleur. De ruiten van de lege winkel ernaast liggen aan diggelen, er staat een man in die de modder naar buiten veegt. Weer iets verder passeren we een aantal mensen met jerrycans die geduldig staan te wachten bij een waterwagen. De troep en stank zijn verschrikkelijk. Voor ieder huis liggen hopen met kleding, meubilair, matrassen, blubber en gewoon huisvuil. Alles wat nog te redden valt staat buiten te drogen. Eén huis is omzoomd met tientallen meters volgehangen waslijn. In de voortuin staat de huiskamer- en slaapkamerinrichting: vermoedelijk precies opgesteld zoals het twee weken geleden nog binnenshuis stond.

Ik voel me ik me verschrikkelijk nutteloos en misplaatst. Dwingend tik ik wederhelft op zijn schouder. Hij denkt precies hetzelfde als ik. Wegwezen hier. 

donderdag 15 mei 2014

Regen


Het regent, al 48 uur lang onafgebroken. En, zoals mijn wederhelft het altijd uitdrukt, het is opgehouden met zachtjes regenen. Met bakken komt het uit de hemel. De thermometer wijst 11 graden aan, afgelopen weekend hebben we bij 28 graden een prachtige wandeling gemaakt. Ik kom uit een laaglandmoeras dus ben wel wat gewend maar zoveel en zolang, dat heb ik zelden gezien. Nogmaals lees ik het mailtje dat zojuist door het hoofd van onze school is verstuurd:

The Belgrade City Emergencies Headquarters issued tonight an order to close all public primary and secondary schools thursday and friday due to heavy rains. Our Board Chair and Head of Security decided to stay open tomorrow. [ ] If conditions worsen over night we will send another SMS/email by 6.15 AM.

Ik kijk de straat in. De regen glijdt in een alsmaar groter wordende stroom naar beneden waar het zich samenvoegt met het water uit een zijstraat, de hoek om kolkt en uit het zicht verdwijnt: er moet een plaats zijn waar het zich allemaal verzamelt.

Daar kom ik even later achter als ik een boodschap moet doen. Het is akelig stil op de weg. Ik zie een tweetal auto's die zijn verpletterd door een boom en een dikke BMW die heel onhandig een straatje in manoeuvreert. Als ik hem geërgerd wil inhalen zie ik plots op ooghoogte een elektriciteitskabel hangen. Oef! Weer iemand er van overtuigd dat blondjes niet kunnen rijden. Eenmaal onder aan de heuvel is er niemand meer behalve een oude bordeauxrode lada die scheef op de rijbaan staat. Ook een blondje stoot zich geen tweede keer; ik kijk vooruit en zie dat het wegdek onder een laag water staat waarvan ik de hoogte niet direct kan inschatten. Vanuit de tegengestelde richting waagt een landrover het. Dat gaat goed en mijn aanzienlijk minder stoere bolide redt het ook. Opgelucht rijd ik de brug over. De Sava heeft de aanpalende weg en een provisorisch Roma kampje opgeslokt. Ieder zijn eigen leed in deze stad.

Ik kom veilig op mijn bestemming aan en dan belt wederhelft. Hij is vanuit Sarajevo onderweg naar Belgrado. Ze zijn een eind door de sneeuw(!) geploeterd maar definitief gestopt door een metertje water op de weg en nog veel meer in het vooruitzicht. Wat bellen en navragen leert dat de meest voor de hand liggende routes zijn overstroomd. Hij besluit een hele grote omweg via Kroatië te nemen en houdt me op de hoogte....

woensdag 30 april 2014

Stomatologija





In een kaal betonnen flatgebouw melden mijn kroost en ik ons bij het bordje 'stomatologija'. De piepkleine wachtkamer zit vol en dus zoek ik mijn toevlucht tot de aanpalende galerij. Die ligt bezaaid met sigarettenpeuken, lege flesjes en verfrommelde kartonnetjes. Er ligt ook een equivalent van de Story/Privé. Heerlijk, Servische roddels zijn nog net een tikje gemener dan de Nederlandse en het is altijd een feest om de extreem gephotoshopte plaatjes te bekijken. Ik heb geluk want 'Džordž Kluni' (fonetisch uitspreken dan weet je wie ik bedoel) heeft net nieuwe verkering. 

Ik word gestoord door een onderdrukt gegil en zie door de lamellen een slachtoffer verkrampt liggen, de handen om de armleuningen geklemd. Nu ben ik niet bang voor de tandarts, de kapper vind ik veel enger. Mijn kroost hoeft maar 1 ding van mij te erven en dat is mijn gebit. Helaas is het geld dat ik heb uitgespaard met mijn goede gebitsgenen, gelijk aan de uitgaven voor tandheelkundige behandelingen voor de rest van de familie.

Eenmaal aan de beurt neem ik gezellig plaats naast een dame die net een nieuw kunstgebit krijgt aangemeten. Zo uitneembaar geval dat ik nog ken van het nachtkastje van mijn opa. Na nauwelijks een minuut ben ik klaar en klimt dochterlief in de stoel. Die zit binnen mum van tijd met fijngeknepen knuistjes en veel te grote ogen naar het plafond te staren. Mijn mix van aanmoedigingen en vermaningen helpt 20 minuten en daarna mag ze weg, weer een trauma rijker. "I won't torture her anymore" zegt de niet erg pedagogisch ingestelde tandarts ook nog.

Zoonlief moet een kleine ingreep ondergaan waar naalden en mesjes aan te pas komen. Dat heb ik nu verschillende keren meegemaakt en ik moet mijn instinct om de behandelende dokter/tandarts niet aan te vallen altijd stevig onderdrukken. Gelukkig geeft hij geen krimp wat de tandarts de opmerking ontlokt dat hij moedig is omdat hij een man is. Uh? Als mannen kinderen hadden moeten baren dan was de mensheid allang uitgestorven, eikel! 

De dame naast ons heeft nergens last van; zij spuugt en rochelt vrolijk voordat ze haar nieuwe kunstgebit in doet en toont hoe ze het kan laten klapperen.

Vlak voor het slapengaan vind ik mijn kroost terug voor de badkamerspiegel terwijl ze poetsen alsof hun leven er van afhangt. Ha, heeft het toch nog wat opgeleverd! 

dinsdag 15 april 2014

Verjaardag



Mijn kroost wordt nog niet gehinderd door maatschappelijk correct gedrag. Toen wij in Belgrado  kwamen wonen stelden ze voortdurend misplaatste vragen. "Waarom rookt iedereen hier"? Als je een bomvol café binnenkomt met cliëntele louter bestaand uit kaalhoofdige heren in camouflagepak. Of, na nauwkeurige bestudering van een langbenige dame in een hele kleine lift, "Is die mevrouw haar rok vergeten aan te trekken"? Ik ben heel blij dat geen hond ons verstaat hier en dat we dus onbeperkt kunnen kletsen over de rest van de wereld.

Na een paar weken verbazing maakte zoonlief de bovenstaande tekening. Het is een voorspelling hoe mijn wederhelft eruit ziet na 4 jaar Servië. Hij is ongeschoren, heeft een sigaret tussen zijn lippen, een biertje in zijn hand en een heleboel rimpels. De buik moesten we erbij denken. Het is een akelig correct beeld want wederhelft heeft zijn alcoholconsumptie en rookgedrag inderdaad aangepast aan de lokale gewoonten en gebruiken. Sterker nog, hij is meer geassimileerd dan ik. Roekeloos dendert hij door het verkeer en netwerkt hij zich een slag in de rondte.

Gelukkig zijn een aantal zaken gelijk gebleven. Nog steeds vindt hij overal ter wereld de weg zonder het te vragen en heeft hij tenminste één 'project' lopen; een eufemisme voor een wielvoertuig dat heel was toen hij het aanschafte maar nu al maanddenlang in hoofdgroepen uiteen ligt. Daarover hebben we strakke afspraken gemaakt want als het aan hem ligt dan had hij zijn complete wagen- en motorpark van de afgelopen 24 jaar aangehouden. De regel is dat als er nieuwe wielen worden aangeschaft er een gelijk aantal (gemotoriseerde) wielen uitgaan. 

Vandaag wordt hij 48 en dat betekent dat hij al zijn halve leven zit opgescheept met een ietwat wereldvreemde en onhandige dame die heur haarkleur alle eer aan doet. Zo belde ze onlangs vanuit Breda naar Belgrado om hem de weg te vragen in zijn voormalige woonplaats (geen grap, echt gebeurd). Gisteren nog vond ze een heel handig schakelaartje in de auto (waarin ze al 9 jaar lang in rijdt) dat de spiegels automatisch laat inklappen; geen wonder dat het altijd zo moeizaam ging met de hand. 

Dat ons kroost nog steeds misplaatste vragen kan stellen bleek toen we zijn verjaardag bespraken:

"Mamma, was pappa nog knap toen jij hem leerde kennen?"


Hartelijk gefeliciteerd schat!