maandag 18 februari 2013

Verdwaald



Een van mijn handicaps is dat ik een totaal gebrek aan oriëntatievermogen heb. Als ik  mijn ogen dichtdoe in een drukke winkelstraat en een paar rondjes draai ben ik volledig de kluts kwijt. Dat is al niet fijn in Nederland maar in Belgrado helemaal een ramp. Allereerst worden de straatnamen alleen in het Cyrillisch weergegeven. Nu kan ik dat een beetje lezen maar niet als ik rijdend mijn weg moet vinden. Daarnaast blijken de meeste straten er maar liefst drie verschillende namen op na te houden: 1 uit het communistische tijdperk, 1 tijdens het uiteenvallen van Joegoslavië en 1 van na die periode. Zelfs taxichauffeurs bellen regelmatig met een collega om te verifiëren waar ze moeten zijn. De GPS is dan ook mijn grootste vriend in de stad. Dat is geen 100% garantie. Ik heb vele malen in een compleet ander deel van Belgrado gestaan door een minuscuul spelfoutje. Het dieptepunt was een rit naar een kinderfeestje van zoonlief. Drie kwartier heb ik door de stad gereden om in het pikkedonker te eindigen op een compleet verlaten industrieterrein.

De overtreffende trap van mijn handicap beleef ik echter 1 keer per jaar tijdens wintersport. Alles is wit, meestal is er gruwelijk weinig zicht en ik kan alleen maar gissen waar de pistes precies beginnen en eindigen. Het domweg volgen van mijn mede-skiërs is mijn voornaamste tactiek om niet ergens op een verlaten stuk berg dood te vriezen. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden moest ik deze vakantie zelf mijn weg vinden. Zoon- en dochterlief hadden namelijk op verschillende tijden en plaatsen skiles waardoor wederhelft de 1 en ik de ander moest ophalen. En zo bevond ik mij in een situatie waarin mijn negenjarige dochter mij de weg moest wijzen. "Nee mama, we moeten eerst de rode 8 hebben en daarna de zes stoeltjes lift nemen. Dan eindigen we bij de blauwe 4 waar pappa staat te wachten bij de vier stoeltjeslift". U begrijpt dat mijn ego een deukje heeft opgelopen.

Het was weer even een rare gewaarwording om "back in civilisation" te zijn. Het ski-oord in Oostenrijk waar we verbleven was zeer georganiseerd en netjes. Een beetje te zelfs. In ons "zimmer" lag een handleiding met de titel "Ordnung für das Haus" die op rijm was gesteld en alleen zaken beschreef die niet mochten. Niet na 22.00 binnenkomen, niet met vieze schoenen op de trap, niet vergeten de "lüfter" aan te zetten bij het douchen etc etc. Het leek eerder een welkom bij een penitentiaire inrichting dan een pension. De beheerders oftewel gastvrouw/heer zagen er strikt op toe dat de regels werden nageleefd. Er was trouwens nog wel meer vreemds aan hen. Ze leken precies op de ober in het restaurant, de dame achter de kassa, de skiliftbediende, de barman en ga zo maar door. Het dorp bestond uit 1 grote familie die deed vermoeden dat er niet getrouwd werd buiten een straal van 20 km.

Na een weekje in dit model-dorp zijn we weer terug in Belgrado en kan ik me gelukkig weer ergeren aan het vuil op straat en de lokale weggebruikers.   

donderdag 24 januari 2013

Hobby's



Ongeveer 20 tot 25 keer per week rij ik ons kroost van hot naar her. Daar waar ze in Nederland zelfstandig hun weg vinden, ben ik hier genoodzaakt zelf te rijden of mee te lopen/fietsen.

Allereerst is daar de school. Slechts anderhalve kilometer verwijderd van ons huis maar gescheiden door een levensgevaarlijke weg en dus loopt/fietst/rijdt moeders het kroost. De tocht is gelukkig afwisselender dan de Vinex schoolroute in Nederland en leidt langs een hip cafe dat niet zou hebben misstaan op de PC Hooft, een vervallen winkelpassage, een spookvilla en een Hans&Grietje huis.

Dat is de tocht die ik vier keer per dag afleg en het enige wat we wel eens lopend doen. Voor het overige pakken wij net als alle andere expats een grote bolide. Daarmee gaan we 1 keer per week naar Nederlandse les, drie keer per week naar voetbal en 1 keer per week naar paardrijden. De kinderfeestjes, playdates etc. komen hier nog eens bovenop. We hebben dus maar een logistiek kinderplan gemaakt met de andere Nederlandse familie hier. Dat scheelt fors in tijd en, niet onbelangrijk, de dagelijkse ergernissen in het verkeer. Toch zijn wij nog redelijk bescheiden in het aantal kinderactiviteiten. Ik ben waarschijnlijk 1 van de weinige moeders op school die twee hobby's en taalles genoeg vind. Ik huldig het principe dat een bepaalde mate van verwaarlozing goed is. Een kind zich moet kunnen vervelen en niet 24/7 bezig worden gehouden. Tot grote ergernis van mijn kroost betekent dit helaas niet dat ze hun vrije tijd mogen vullen met het loeren naar beeldschermen. Als ze het in hun hoofd halen om hierover te klagen (I am booooored) stuur ik ze subiet naar hun kamers om die op te ruimen. Die lijken op een permanente 'warzone' dus het kan geen kwaad om de vuile sokken van het speelgoed te scheiden.

Vrijwel alle andere kinderen die ik ken worden wel het klokje rond beziggehouden. Ze beoefenen meerdere sporten, leren een derde taal of bespelen een muziekinstrument. In eerste instantie was ik daarvan zeer onder de indruk. Een klasgenote van mijn zoon speelt feilloos en bloedmooi 'Rolling in the Deep' op haar blokfluit en zijn beste vriendje spreekt vijf talen. Geen wonder dat zoonlief zich in eerste instantie niet durfde aan te sluiten bij de voetbalclub van school; als de rest van de elfjarige spelers al minimaal zes jaar voetbalervaring hebben, zou ik me ook niet geheel op mijn gemak voelen. Toch hou ik vast aan mijn standpunt dat verveling goed is. Ik kan proefondervindelijk vaststellen dat het de creativiteit stimuleert. Mijn kroost weet inmiddels hoe ze een mooie sneeuwpop moeten maken, een vuurtje kunnen stoken en zijn als eersten boven in de grootste boom op het schoolplein (ik kreeg tot mijn grote voldoening een reprimande van het schoolhoofd). Daarnaast kunnen ze zich urenlang vermaken met een fantasiespel waar ze alleen wat oude doeken, stokken en zand voor nodig hebben.

Nu maar hopen dat ik niet over tien jaar voor de voeten krijg geworpen dat er een glanzende muzikale of sport carrière in de dop is gesmoord...

maandag 7 januari 2013

Thuis




Bijna 22 jaar geleden gingen wederhelft en ik met de motor op reis naar Griekenland. De ultieme test van onze prille relatie doorstonden we met ieder 1 tasje. Meer ruimte was er niet op de motor omdat er ook nog een vrij primitieve kampeeruitrusting mee moest. Inmiddels zijn we twee kinderen en een paar huisdieren verder en hebben wij een lelijke maar zeer ruime bus tot onze beschikking. Van de 8 zitplaatsen hebben we er vier verwijderd om zo extra ruimte te creëren voor de enorme berg absoluut noodzakelijke spullen. Zoals daar zijn:

8 stukken kaas, 15 nasimixen, 6 bakken satesaus, een tiental pakken rijst, 4 dozen koffiecupjes, 8 potten pindakaas, 4 pakken hagelslag, 2 kilo drop, de halve collectie Hema kinderkleding en knutselspullen, 12 Nederlandstalige (kinder)boeken en tijdschriften, 6 tubes kindertandpasta, 60 pakjes stroopwafels in blik (don't ask), 4 flessen van ons favoriete badschuim, twee loodzware na-oorlogse legerjassen (u leest het goed), een paar voor mij ondefinieerbare auto-onderdelen en een goed gevulde humidor (zoek dat maar eens op).

Deze onmisbare spullen komen naast de koffers en levende have. Ik vrees dat mijn commentaar op kamperende landgenoten die hun eigen aardappelen meenemen tot in lengte van dagen weggehoond zal worden.

Gelukkig hebben we inmiddels een efficiënte modus ontwikkeld voor dergelijke reizen. Ik pak alle tassen in en controleer het huis op achtergebleven knuffels, Wederhelft pakt vervolgens de auto in en laat nog een minimale ruimte over voor ons kroost. Na het avondeten en het afscheid van naasten rijden we de nacht in. Wederhelft doet het eerste stuk tot ver in Duitsland. Als hij dreigt om te vallen neem ik het stuur over. De auto is zo ingericht dat er een zestig centimeter breed pad is vrijgelaten als slaapplek voor de tweede bestuurder en de hond. Dat is in termen van veiligheid ongetwijfeld niet verantwoord maar wel erg lekker. Het enige nadeel is dat je naast een windende hond moet slapen....

Zowel de heen- als terugreis is voorspoedig verlopen. Dochterlief sliep de hele nacht door, zoonlief hield de chauffeur wakker en de hond bleek al behoorlijk zindelijk en niet gevoelig voor wagenziekte. Wat we niet hadden voorzien is dat als je om zeven uur s'avonds vertrekt, je bijna de hele rit in het donker rijdt. De heenweg hebben we 14 uur lang geen daglicht gezien.

We zijn dus weer thuis en werden verwelkomd door twee ontzagwekkende huisdieren die iets weg hadden van de katten die we twee weken daarvoor hadden achtergelaten. Wij zijn dus niet de enige die op dieet gaan na de overvloedige feestdagen.

Als we alles hebben uitgepakt word ik voor de zoveelste keer deze periode overvallen door een "unheimisch" gevoel. Ik vraag me af waar ik thuis ben. Den Haag lijkt thuis omdat we daar veel vrienden en familie hebben maar het is ook vervreemdend omdat we er maar zo weinig zijn. Belgrado lijkt ook thuis omdat we hier al onze spullen hebben, een vriendenkring hebben opgebouwd en inmiddels aardig de weg weten. Het blijft echter een ander land met een taal die ik nooit helemaal zal beheersen. In beide huizen worden we hartelijk verwelkomd door respectievelijk de buren en goede vrienden. Ondanks de luxe van twee huizen en de overvloed aan spullen besef ik dat het waar is:

"My home is not a place, it is people".

woensdag 19 december 2012

1 Jaar




We zijn hier nu ruim een jaar. 1 jaar waarin we onze dagroutine, gewoonten, vaardigheden en overtuigingen een volledig andere wending hebben gegeven.

Mijn wederhelft heeft daar het minste moeite mee gehad. Nou is dat niet heel vreemd want hij is een kwart eeuw geleden aangenomen bij s'lands leger en daar wordt geselecteerd op een bepaalde mate van onverschrokkenheid en een niet al te tobberig karakter. Daarnaast heeft hij natuurlijk ook het minst hoeven veranderen, hij werkt nog steeds voor Hare Majesteit en voorziet daarmee in vier elementaire behoeften: geld, structuur, sociale contacten en zingeving. Op het laatste element na hebben vakkenvullers dit ook maar u voelt wel aan dat hij het ietsjes beter voor elkaar heeft. Een hoge mate van autonomie bijvoorbeeld waardoor hij zelf grotendeels zijn prioriteiten en dagindeling bepaalt. Het enige dat hem zo nu en dan stoort is dat alles hier in hele kleine stapjes gaat.  

De uitdaging van ons kroost was groter. Zonder enige vorm van medezeggenschap zijn ze ontvoerd uit hun veilige omgeving van vriendjes en school. Tot overmaat van ramp spraken ze geen Engels waardoor ze de eerste maanden vooral heel boos en verdrietig zijn geweest. Inmiddels willen ze alleen nog maar terug voor hagelslag, pindakaas en kroketten maar moeten ze er niet aan denken om weer op hun oude school te zitten. Dat zoonlief afgelopen zomer botweg geweigerd werd door zijn juffen om zijn oude klasgenoten weer te zien, heeft daar overigens veel aan bijgedragen. Zulke leerkrachten gun je een klas vol mini-crimineeltjes.

En ik? Ik ben mezelf een aantal keren flink tegengekomen. Natuurlijk is het fantastisch om in een land te wonen waar je 8 maanden per jaar op het terras kunt zitten en je allerlei feestjes en partijen afloopt met bijzondere figuren. Bovendien hoef ik me geen zorgen te maken over trivialiteiten als geld. Dat is inderdaad heel fijn maar je moet wel alles zelf uitvinden. Dat begint bij kleine dingen als het aanschaffen en in werking stellen van een nieuwe wasmachine in zeer beperkt Servisch. Ik herinner me nog levendig dat ik anderhalf uur ben bezig geweest om het rotding van kinderslot af te krijgen (ja die bestaan dus, wasmachines met kinderslot).

Heftiger wordt het als je beseft dat je ook je eigen overtuigingen om zeep moet helpen want wie ben je nog als je niet meer gedefinieerd wordt door een leuke fulltime baan met bijbehorend sociaal netwerk? Dat is ook de reden dat ik andere paden bewandel en mezelf terugvind in de verkoop van duizenden stroopwafels voor een goed doel. Gelukkig bevind ik me in goed gezelschap. Ik zie veel getalenteerde 'partners van' ( jawel er zijn hier ook heren wiens vrouw werkt) die op zoek zijn naar een bestaan dat de koffie-ochtendjes en handwerkclubjes ontstijgt. Velen zijn hoog opgeleid en hebben ervaring waar mensen hier alleen maar van kunnen dromen. Dat willen ze graag aanwenden om hier de zaak op een hoger niveau te tillen. Bovendien hoeven ze geen westers salaris te ontvangen omdat wederhelft de centjes al binnenbrengt.

Mmm, klinkt als het begin van een mooi initiatief....

dinsdag 4 december 2012

Stroopwafels 2




Ongeveer 10 jaar geleden studeerde een Noordwijkse jongen een jaar in de USA, Utah om precies te zijn. Toen hij een keer trakteerde op stroopwafels, kreeg hij zulke positieve reacties dat hij zich voornam hier ooit 'iets' mee te doen. Hij ging terug naar Nederland, had verschillende banen in de PR, kwam erachter dat hij tamelijk ongeschikt was om voor een baas te werken, nam ontslag en besloot helemaal opnieuw te beginnen. Hij herinnerde zich het stroopwafel-moment en besloot het 'iets' te verwezenlijken.

Afgelopen weekend stond hij op het vliegveld van Belgrado met zijn 30 kilo zware wafelijzer. Vantevoren was er een paar keer contact geweest met ondergetekende. Veel informatie had hij niet gekregen: het ging om een 'charity bazaar' waar meer dan 40 landen een kraam hadden met nationale producten. Het scheen een nogal grote happening te zijn waar de voorafgaande jaren duizenden bezoekers op af waren gekomen. Daar tegenover stond dat de levensstandaard in Servië vele malen lager bleek te liggen dan die in Nederland of een Mormonen staat in de USA. Bovendien werd kort vooraf duidelijk dat een aantal ervaringsdeskundigen het weliswaar een leuk idee vonden maar niet echt realistisch. Het werd kortom, afgeraden om zulke hoeveelheden wafels te bakken en verkopen tegen de een prijsstelling die niet alleen de onkosten dekte maar ook nog wat zou opbrengen.

Een risico dus om samen met zijn vader naar een land te reizen dat hij niet kende en vrijwel alleen negatief in het nieuws was geweest de afgelopen jaren. Nu was risico nemen hem niet vreemd. Inmiddels lagen 'zijn' stroopwafels in alle sportwinkels(!) van Utah. Bovendien was hij tot verbazing van alle grote stroopwafel concurrenten 'preferred supplier' bij de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij van de lage landen geworden en had hij een aantal grote evenementen naar zich toe getrokken. Dat had hij nooit kunnen bereiken als hij geen risico had genomen, want wie bedenkt zich nu vooraf dat een stroopwafel in de USA verkocht kan worden als energiereep voor sporters?

Afgelopen zondagochtend startte hij om 8 uur met bakken. Na 7 uur, zonder lunch, toiletbezoek en met een enkel slokje water bleken er meer dan 1000 verse stroopwafels te zijn verkocht. Mechanisch werd er aan 1 stuk door gebakken, ingepakt en betaald. Naast de verse wafels werden er meer dan 3200 verpakte stroopwafels verkocht voor een prijs waar ik vooraf nauwelijks van durfde te dromen.

Dat was niet het enige; de vijftig kilo kaas was binnen 2 uur verdwenen en de 1440 blikjes bier van s'lands grootste brouwer niet veel later. Ook werd er een onwaarschijnlijke hoeveelheid Delftsblauwe meuk, rozenstruiken en verse bloemen verkocht.

Twee dagen na dato geniet ik nog na van de mega omzet die we hebben binnengehaald. Feitelijk is dat het belangrijkste want 100% gaat naar goede doelen hier in Servië. Vanzelfsprekend ben ik daar erg blij mee maar voor mij persoonlijk zijn twee andere zaken nog waardevoller. Het eerste is dat het risico dat Joost (want zo heet hij) en ik zijn aangegaan zich letterlijk heeft uitbetaald. Zowel hij als ik hadden ervoor kunnen kiezen om op 'safe' te spelen en het niet te doen. Minstens zo waardevol is dat we dit alleen maar van de grond hebben kunnen tillen met vrijwilligers. Zowel vanuit de ambassade als vanuit andere Nederlanders en Serviërs heb ik heel veel medewerking gekregen. In het verzinnen hoe we het zouden aanpakken, in het benaderen van sponsoren, in het verzamelen, transporteren en opbouwen van de stand en tenslotte in de bemensing op de dag zelf. Het is niet mijn gewoonte om namen te noemen in deze blog maar beste Joost, Jan, Annette, Laetitia, Margreeth, Robbert, Nenad, Jovica (en familie), Odilia, Laurent, Yvo, Dominique, Elize, Adri, Mina, Zorana, Lino, Sandra, Cedomir, Cosmo, Bing, Lola en alle anderen die ik ben vergeten, 


Bedankt!

zondag 18 november 2012

Tempo




In mijn top tien van meest onaangename plekken in Belgrado staat een Supermarkt die de zeer misplaatste naam Tempo draagt.

De ellende begint al bij de parkeerplaats. Ik ben voor de gelegenheid met het project van mijn wederhelft. Hij heeft een Audi ter grootte van een gemiddelde studentenkamer die twintig jaar geleden op de markt kwam en toen een fortuin waard was. Helaas heeft het verval ingezet en is hij onderhevig aan verwoede pogingen om er weer toonbaar uit te zien. Zo hangt de bedrading overal los met als gevolg dat je tijdens het rijden allerlei elektriciteitsdraden weg moet duwen, hopende dat je niet geëlektrocuteerd wordt. Het plafond is eruit gesloopt en dat heeft twee merkwaardige gevolgen. Als je iets op het dak legt, deukt het in en het sneeuwt lichtoranje pluisjes in de auto. Het merendeel van de binnenpanelen is ook verdwenen of valt er af als 1 van de portieren wat te hard wordt dichtgegooid. Nu vraagt u zich misschien af waarom we er überhaupt nog in rijden. Hij rijdt echter geweldig. Bij het starten hoor je een diep gebrom alsof er zojuist een enorm monster uit zijn slaap is gerukt en eenmaal op weg waan je je onoverwinnelijk. Mijn wederhelft heeft een filmpje waarop hij meer dan 220 km per uur rijdt. Dat heeft hij dus met 1 hand gefilmd terwijl hij achter het stuur zat. Zijn ouders hebben er nog nachtmerries van.

Maar goed daar ging dit verhaal niet over. Dit is een therapeutisch verhaal over de Tempo.
Na een keer of twintig indraaien heb ik geparkeerd en besef ik ten volle wat mij te wachten staat: ik moet naar binnen. Ik zet mijn chagrijnigste gezicht op (niet zo moeilijk) en ga de winkel-hel in. Daar wordt ik overvallen door promotiemeisjes. Ik schat dat er zo'n 40 in de hele winkel actief zijn. Ze zijn zonder uitzondering beneden de 25, vol in de make-up en maatje 34/36. Gekleed in minirokjes van dezelfde kleur als het product dat ze slijten vallen ze iedereen lastig. Van WC-eend tot cornflakes, het lijkt wel alsof alle koopwaar een exclusief meisje heeft. Vermijden gaat niet omdat ze zich midden in het gangpad hebben opgesteld en iedereen binnen een straal van 4 meter aanspreken; heel handig op een zaterdagmiddag als heel Belgrado zijn boodschappen doet. Als ik na een uurtje dodelijk vermoeid mijn boodschappen bijeen heb gescharreld komt het lange wachten bij de kassa.

Een niet onaanzienlijk deel van de koopwaar blijkt niet gemerkt of niet herkenbaar voor de computer. Dat wordt dus gecheckt door iemand die op zijn dooie gemak de winkel doorsjouwt op zoek naar het betreffende artikel. Ook niet plezier verhogend is dat voor ieder foutje de baas moet komen. Er is natuurlijk geen sprake van dat de cassieres zelf hun fouten kunnen herstellen. Klap op de vuurpijl is echter de betalingswijze. Dat kan op verschillende, allemaal even tijdrovende manieren. Zo hebben ze de acceptgirokaart hier tot ware kunst verheven. Je mag ze niet vooraf invullen dus dat gebeurt aan de kassa als er na een paar minuten eindelijk een pen is gevonden. Vervolgens worden de kaarten voorzien van een handtekening en datum op de voor-en achterzijde. Daarna wordt op beide zijden het bedrag ingevuld en zeer nauwkeurig gecontroleerd door de kassadame. Meestal ontspint zich dan een discussie omdat de handtekening op het 10 jaar oude bankpasje afwijkt van de krabbel op de kaarten. In het ergste geval wordt de baas erbij geroepen en wordt de discussie rustig voortgezet terwijl er 10 andere klanten lijdzaam wachten op hun beurt om gemangeld te worden door het regel aanbiddende personeel. Als de baas zijn zege geeft wordt de acceptgirokaart wederom dubbelzijdig voorzien van stempel, handtekening van de cassiere en, jawel, nog tweemaal de datum.

De volgende klant ontwaakt uit zijn vegetatieve toestand en doet zijn boodschappen in 25 plastic tasjes. Hoezo milieu? Waarom zou je vijfentwintig tasjes vullen als je met drie grote tassen kunt volstaan? Het is een dagelijks gevecht om duidelijk te maken dat je bij aankoop van 1 tube tandpasta geen plastic tasje hoeft. Deze klant wil pinnen en moet zich achter de kassa manoeuvreren omdat het pinautomaatje.  ongeveer 30 cm van de kassadame staat opgesteld. Gelukkig kan ze daardoor over zijn schouder mee kijken of het allemaal wel goed gaat. Ik heb het zelfs meegemaakt dat een meneer gewoon zijn pincode doorgaf aan de kassadame (en de rest van de wachtenden) om het proces wat te versnellen. De pinbon wordt vanzelfsprekend ook nog eens van krabbel en stempel voorzien. Als ik eindelijk na 20 min wachten zelf heb afgerekend komt de laatste horde promotiemeisjes. Ze staan naast elkaar opgesteld in vijftien kleine kraampjes. Dat ziet er treurig uit, een beetje zoals op de Wallen; verveeld ogende meisjes die een klant proberen te lokken. Bij de uitgang staat nog een slecht gehumeurde beveiligingsmeneer die steekproefsgewijs de bonnetjes checkt en mensen gebiedt hun tas te openen.

Als ik mijn boodschappen in de auto heb gezet begrijp ik waarom de rest van de wereld over is gegaan op winkelwagentjes met statiegeld. Ik verwijder 4 karretjes die me het uitrijden belemmeren. Als ik daarna de auto uit de parkeerhaven draai, krijg ik een hartverzakking als een andere weggebruiker mij op een haar na mist terwijl hij dezelfde parkeerhaven inrijdt. GVD! Je kunt toch gewoon even wachten totdat ik weg ben!?

Anderhalf uur heeft deze exercitie me gekost: hoezo Tempo?

zondag 4 november 2012

Bezoek



1 van de voordelen van het wonen in een niet al te ver buitenland is dat er regelmatig mensen langskomen. Het merendeel van onze vrienden en familie heeft ons al met een bezoekje vereerd. Vaak kijken we er reikhalzend naar uit om iedereen de stad te laten zien en weer bij te praten. Toen we verhuisden was ik bang een aantal mensen uit het oog te verliezen maar de meeste vriendschapsbanden verdiepen zich juist. Er ontstaat nu eenmaal een ander gesprek als je een middagje op de thee gaat dan als je elkaar een aantal dagen achter elkaar ziet. Afgelopen week kregen wij een wel heel bijzonder gezelschap langs. 1 vriendin die ik al sinds de lagere school ken en twee middelbare schoolgenoten waarmee we door de geneugten van facebook weer contact hadden gekregen. Net als de meeste anderen reisden ze met de felroze gekleurde lowcost carrier die 2 keer in de week een retourtje Eindhoven-Belgrado doet.

De voortekenen waren onheilspellend: Het weer zou van een zonnetje bij 20 graden zakken tot regen en sneeuw bij 6 graden. Bovendien had ik twee van de dames nauwelijks gezien in 25 jaar. Misschien waren het wel hele ouwe zeurdozen geworden of van die moeders die alleen maar over hun nageslacht kunnen kletsen. Of nog erger, ze vonden helemaal niets leuk.

Gelukkig bleken ze de tand des tijds prima te hebben doorstaan. Hoogstens was er wat meer rust en levenservaring neergedaald maar voor het overige leken ze vrijwel onveranderd. 1 had een aantal compromitterende foto's meegenomen van 25 jaar geleden. Heel fijn om te zien hoe we in een vorig rimpelloos leven gekleed gingen. Fantastisch chantage materiaal! 

Door het bezoek kon ik er ook niet onderuit om mijn verjaardag te vieren. Ik had een aardig Servisch tentje uitgekozen waar de kippen vrij rond liepen. Het in grote getale aanwezige kroost vermaakte zich buiten en de volwassenen laafden zich aan Rakija, wijn en sterke verhalen. Tevreden gingen we na uren weer huiswaarts om in petit comité het feestje voor te zetten. Mijn wederhelft probeerde de pret nog te drukken door een flagrante poging tot vergiftiging van mijn nieuwe hartsvriendinnen. Hij faalde jammerlijk en ik weet inmiddels in welke wijnflessen geen wijn maar zelfgestookte Rakija zit.

Voor het eerst in jaren werd er ook een echte verjaardagstaart voor me gebakken. Meestal ren ik naar de plaatselijke bakker of Hema om te trakteren: De culinaire genen in onze familie zijn helaas niet bij mij neergedaald. Ondanks de onbegrijpelijke Servische gebruiksaanwijzing kwam daar een baksel uit dat er niet alleen geweldig uitzag maar ook nog eens perfect smaakte.

Na 5 dagen waarin we de plaatselijke horeca nog beter hebben leren kennen, bleef ik achter in verwondering. We hebben verschrikkelijk gelachen en genoten. Het is dus kennelijk mogelijk om na 25 jaar de draad meteen weer op te pakken.

De onwaarschijnlijke hoeveelheid lege wijnflessen heb ik in etappes naar de container gebracht. De nieuwste aanwinst in ons huishouden stalkt me voortdurend voor aandacht en ik voel me ineens erg alleen.

Volgend jaar weer?